Je bepaalt zelf wanneer, hoe lang en hoe veel je werkt.

We hebben vandaag vooral regelgeving die zegt wanneer je niet mag werken. We draaien dat om: in plaats van “je mag niet werken, tenzij”, gaan we naar “je mag werken, tenzij”. We stappen ook af van de one size fits all-benadering. Onder het motto “minder collectief moeten en meer individueel mogen”, creëren we een nieuw vrij werkkader, dat aangepast is aan de 21ste eeuw.

Organiseer zelf je werk

  1. Werknemers en werkgevers mogen vrij en in onderling overleg afspraken maken over hun arbeidsorganisatie.
  2. Algemeen geldende beperkingen op zondagsarbeid, nachtarbeid en openingsuren maken plaats voor afspraken op bedrijfsniveau. 
  3. Elke werknemer heeft het recht om aan zijn werkgever te vragen om thuis te mogen werken. De werkgever mag weigeren, maar dient een weigering wel motiveren.
  4. Alle vormen van betaald verlof worden beheerd in een individuele loopbaanportefeuille die moet toelaten om werk en privé beter te combineren. In je loopbaanportefeuille kan je extra verlof opbouwen met niet-opgenomen en niet-uitbetaalde overuren. Je hebt tegelijk ook het recht om overuren uitbetaald te krijgen. 
  5. Als werknemer en werkgever akkoord zijn, kan het verlof flexibel worden opgenomen. We maken het ook mogelijk om verlof met anderen te delen. Jij kiest zelf aan wie je verlof schenkt: familieleden of vrienden. Voor de zorggerelateerde verloven uit je portefeuille, wordt verlofdelen een recht.

Een moderne werknemersvertegenwoordiging

  1. We maken vrij initiatief bij de sociale verkiezingen mogelijk voor wie een redelijk draagvlak in een onderneming kan aantonen, zodat naast de drie klassieke vakbonden ook andere samenwerkingsverbanden kunnen deelnemen. De ontslagbescherming van de personeelsafgevaardigden is belangrijk en blijft het uitgangspunt, maar wordt minder omvangrijk en minder absoluut. 
  2. De toekomst van de betaling van de werkloosheidsuitkeringen is digitaal en automatisch. Zo komt er voor vakbonden tijd en ruimte vrij om werkzoekenden aan een job te helpen.

Meerdere jobs voor het leven

  1. We beschermen geen jobs, we beschermen mensen. Door globalisering, automatisering en digitalisering kunnen jobs verdwijnen. In de plaats van krampachtig vast te houden aan het verleden, omarmen we de toekomst. We ondersteunen mensen zodat ze de overstap kunnen maken naar een nieuwe job, eventueel zelfs in een totaal andere sector, of naar een zelfstandige activiteit. 
  2. De razend snelle technologische vooruitgang vereist dat mensen doorheen hun carrière extra opleidingen volgen en nieuwe competenties aanleren. We geven iedereen het recht op bij- of herscholing. De kosten hiervoor worden verdeeld tussen bedrijven, burgers en overheid. We zorgen dat iedereen gespreid over zijn of haar loopbaan zeker twee jaar een voltijdse opleiding kan volgen met een vervangingskomen.
  3. De verschillen tussen de statuten van werknemer, zelfstandige en ambtenaar verdwijnen. Voortaan zal er slechts één sociale zekerheid bestaan voor iedereen, bestaande uit twee sokkels.
  4. De eerste sokkel is de ‘basisverzekering’. Daarin worden alle niet-arbeidsgebonden risico’s zoals ziekte, invaliditeit, kinderbijslag en uitkeringen voor personen met een handicap De financiering komt uit de algemene middelen. 
  5. De risico’s die verbonden zijn aan werken zelf, zoals werkloosheid, arbeidsongevallen en pensioenen, brengen we onder in een tweede sokkel: de ‘werkverzekering’. Enkel deze sokkel wordt gefinancierd door sociale bijdragen die beperkt worden tot een maximum. We versterken de band tussen de bijdragen en de opbouw van rechten. De werkloosheidsuitkering wordt beperkt in de tijd. Ook werknemers die zelf ontslag nemen en zelfstandigen kunnen er beroep op doen. 

Pensioenen

  1. Een stevig pensioen heeft vier pijlers: (1) een wettelijke pijler, gebaseerd op repartitie en solidariteit; (2) een aanvullende pijler, op basis van werk en kapitalisatie; (3) een derde pijler, gebaseerd op sparen en investeren en (4) een vierde pijler van eigendomsverwerving. Om ook jongere generaties vooruitzicht te geven op een fatsoenlijk inkomen na hun carrière, versterken we alle vier de pijlers.
  2. We vangen de vergrijzingsfactuur van de babyboomgeneratie op door in te zetten op tewerkstelling en jobcreatie. Indien er ondanks bijkomende jobcreatie en een hogere tewerkstellingsgraad toch tijdelijke tekorten zouden zijn in de pensioenfactuur, vangen we die op met algemene middelen.
  3. Tegelijkertijd hervormen we het pensioenstelsel verder. Aanpassingen gebeuren toekomstgericht en met respect voor opgebouwde rechten. We geven mensen de kans om hun loopbaan aan te passen in functie van de hervormingen.
  4. We werken leeftijdsdiscriminaties weg, bijvoorbeeld door in te zetten op activering en loonkostverlaging. Anciënniteit evolueert geleidelijk naar verloning in functie van prestaties en levensfase. Speciale stelsels die als ongewenst neveneffect hebben dat mensen uit de arbeidsmarkt geduwd worden, doven uit. Voor wie dicht bij de pensioenleeftijd staat, voeren we de mogelijkheid in om deeltijds met pensioen te gaan in.
  5. We hervormen de berekeningswijze van het wettelijk pensioen. Daarbij staat het verzekeringsprincipe voorop: je bouwt in de eerste plaats een pensioen op door te werken. We zijn solidair met mensen die ziek of werkloos worden of gebruik maken van sociale of educatieve verloven. We garanderen voor hen een volwaardige pensioenopbouw. We verhogen de wettelijke minimumpensioenen omdat ook gepensioneerden een fatsoenlijke levensstandaard verdienen.
  6. We heffen de verschillen tussen de pensioenberekening van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren op. Voortaan bouwt iedereen volgens dezelfde formule een pensioen op in verhouding tot het inkomen. Er bestaan geen verschillende pensioenstelsels en gemengde pensioenen meer. 
  7. We versterken naast het wettelijk pensioen ook het aanvullend pensioen en het pensioensparen. Op die manier kan iedereen de sokkel van de eerste pijler aanvullen en een hoger pensioenbedrag opbouwen dat een goede levenskwaliteit garandeert.